Dit essay gaat over hoe economie en bestuur in Zuid-Holland samenhangen. Het kijkt naar hoe gemeenten samenwerken en hoe grenzen tussen gemeenten invloed hebben op de economie. De steden in Zuid-Holland, zoals Rotterdam, Den Haag, Delft en Leiden, zijn belangrijk voor de economie. Toch groeit de economie ook in gebieden rond deze steden, zoals Leiden-Bio Science Park, Lansingerland en Barendrecht.
Door de groei buiten de steden raken bedrijven en banen verspreid over kleinere plaatsen. Dit kan nadelen hebben, zoals verlies van voordelen die grote steden bieden, bijvoorbeeld schaalvoordelen en meer productiviteit. Maar er zijn ook voordelen: minder files, meer ruimte en een betere spreiding van bedrijven en woningen.
Om de economie beter te laten groeien, moeten gemeenten meer samenwerken over hun grenzen heen. Vooral in de stedelijke regio’s is dit belangrijk, omdat hier veel kennis en goed opgeleide mensen zijn die zich voor werk vaak tussen steden bewegen. Grote steden zoals Rotterdam en Den Haag moeten zich ook aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen, zoals de energietransitie en digitalisering, uitdagingen die niet stoppen bij een gemeentegrens.
In sommige gebieden, zoals de Zuid-Hollandse eilanden, werkt samenwerken tussen kleinere gemeenten goed. Maar in stedelijke gebieden is samenwerking nodig om te zorgen voor goede huizen, bedrijfsruimte en bereikbaarheid. Zo kunnen gemeenten samen zorgen dat het economische potentieel van Zuid-Holland volledig wordt benut.